Er viel weer heel wat te beleven op Zambiaans grondgebied. Zonder twijfel de meest spannende en avontuurlijkste week uit heel mijn leven.
Wat we gepland hadden maar wegens onverwachte maar wel voorspelbare omstandigheden helaas de mist in ging.
Voorziene programma:
1. ’s morgens vertrekken vanuit Kabwe met een blauwe bus richting Lusaka
2. Eens aangekomen in Lusaka, te voet wegens maar een kwartier stappen naar Chachacha Backpackers. (Amit, onze vliegtuigvriend, zat jammergenoeg volgeboekt) om te overnachten.
3. Wekker om 4u zodat we zeker om 6u op de bus zitten en daar voor 8u lang blijven op zitten tot we Chipata bereiken.
4. Eens in Chipata, een of ander te beschikbaar en goedkoopste vervoermiddel proberen te bemachtigen om na 4u Mfuwe te bereiken. à Plaats van bestemming.
5. Opgehaald worden door verantwoordelijken van het Wildlife camp!
= EINDBESTEMMING BEREIKT in welgeteld 2 dagen.
Oké, hierboven vinden jullie het mooi uitgestippelde parcours met de mooie tot in de puntjes uitgerekende, theoretische uren. Nu komt de Zambiaanse realiteit, een miniem verschil met wat we in ons hoof hadden.
Puntje 1 konden we zonder enige problemen tot een goed einde brengen. Ook punt 2 lukte ons behoorlijk. Ons enige probleem darbij was dat we niet echt, om niet te zeggen totaal niet, wisten welke weg we op moesten om Chachacha backpackers te bereiken. We vroegen aan enkele van 100000 taxichauffeurs welke kant we op moesten. Veel rijker waren we niet geworden want volgens hen was dat veel veel te ver om te voet af te leggen. Zeker een dik halfuur te voet. Jah, die moeten hun commerce draaiende houden, é. Ge zou maar stom moeten zijn om als taxichauffeur ‘wandelen’ te promoten. Wat dus eigenlijk gewoonweg belachelijk was van ons om zoiets te vragen aan taxichauffeurs. Maar toen we het vroegen aan gewone burgers wisten ook die van niets. Uiteindelijk heeft iemand ons begeleid tot aan de poort van Chachacha backpackers. Maar wat al wat voorspelbaar was, is ook uitgekomen die had iets nodig om wat te drinken. Wat wij simpelweg ‘drinkgeld’ noemen. Na een kleine gift was die opnieuw de piste in en konden wij onze overnachtingplaats gaan verkennen. Man, de foto’s waren duidelijk genomen op een zonovergoten dag met een camera met breedhoeklens. Dat zwembad was een ondergelopen postzegel. Gelukkig zag onze slaapplaats er wel gezellig uit, tot we er effectief moesten in slapen.
Die ‘dorm’, zo noemde onze slaaphut, was opgebouwd uit houten balken kleine boomstammen) met onder het metalen dak rond om rond een opening volledig bedekt met een groene gaas. Begon het daar ’s nachts wel niet te gieten zeker. Ik sliep bovenaan in een stapelbed en ik heb de hele tijd gevreesd dak ging weg spoelen in mijn bed. Ja, met zo’n opening daar en een metalen dak. Je hoort en ziet er werkelijk alles door en op de koop toe moest ik om 2u stipt nog eens naar het toilet ook. Wat wil je, ge hoort voortdurend die regen tikken en stromen, dan vragen ze erom é. Het dilemma was dan ofwel opstaan door de regen stappen en kletsnat zijn ofwel nog slechter slapen dan dat ik al sliep. Ik opteerde voor het eerste en heb nog de volle 2 uur geslapen als een roosje. Niet dat die 2 uren veel uitmaakten.TUUUUUUUTUUUUUUT 4U 3 wekkers tegelijk! Vreselijk! Gepakt, gezakt en zeker niet klaar wakker vertrokken we met een taxi naar het busstation.
Als ge bij da busstation aankomt lopen er al 10 man mee met de auto om te vragen waar je heen gaat. Eens tot stilstand gekomen met de taxi worden onze drie deuren opengetrokken. Nog geen 2 seconden later waren die door ons alweer toe getrokken. Maar wat blijkt in die korte tijdspanne is onze gezamenlijke ‘pot’-portefeuille spoorloos verdwenen. Gepikt, gestolen, ….Na een ellenlange maar tevergeefse zoektocht naar de geldbeugel, stapten we naar de politie. Veel zin om te werken hadden die duidelijk niet. Ze stuurden ons met een kluitje in het riet en zo konden we het weer aan skarten zonder enig teken van de portefeuille en dus ook van onze bustickets die we de dag voordien hadden gekocht.
Gelukkig was dat geen enkel probleem en konden we dus om 6u de bus op. En daar zaten we dan en bleven we zitten zonder enige voortgang van de bus. Op een vertraging hadden we sowieso gerekend want exacte tijdschema’s zijn hier nergens te bespeuren en moesten die er zijn, zouden ze deze ieder uur mogen wijzigen en aanpassen.
We hebben daar dus wel degelijk 5u lang op die bus gezeten want die vertrok niet voordat die volledig volzat. Klein detail dat ze ons de dag voordien vergaten te melden.
En ge moet nu niet denken dat die na u wachten is vertrokken. Oh nee, 5u wa is dat in een mensenleven? Na 5u werd ons meegedeeld dat er een probleempje was met de motor en dat we van bus moesten veranderen. Uiteindelijk zijn we na 6u wachten, dat is dus om klokslag 12u, vertrokken richting Chipata. Om nog in 1 dag in Mfuwe te geraken mochten we op onze buik schrijven. Om 19u30, na een 8urenlange rit kwamen we moe en volledig uitgeput aan in Chipata. We regelden een taxi en planden te overnachten in Mama Rula’s. Dat bleek een prachtige kampplaats te zijn. Het grootste zwembad dat we tot nu toe hadden gezien, moeilijk was dat ook niet. Naast het grootste zwembad waren ook daar de lekkerste frietjes, wat altijd mooi meegenomen is.
Die avond kropen vroeg in ons nest!
’s Morgens bracht opnieuw een van de vele taxi’s ons naar het busstation. Daar stapten we op één van die blauwe mini-busjes. Dit was de goedkoopste manier om in Mfuwe te geraken. En of we het geweten hebben dat dit de goedkoopste manier was om op onze ter plaatste te arriveren. Dat het goedkoop was daar waren we steevast van overtuigd maar of we heelhuids onze eindbestemming gingen bereiken was een andere vraag.
Ik probeer onze benarde,intieme, oncomfortabele,… situatie zo gedetailleerd mogelijk te beschrijven.
Daar zaten we dan volledig op elkaar geplakt (dit woord mag je letterlijk nemen). We zaten met zo’n 20 man in een MINI-busje en dit was niet alles. Op de koop toe werd dit busje nog volgepropt met tonnen bagage, dit ging van tegels, cement tot dekens, stokken en gewone zakken (de onze). De koffer die amper 40 cm breed was werd volgestamp met bagage tot hij uiteindelijk niet meer dicht geraakte. Geen probleem, we zijn nog altijd in Zambia é. Dan maar de koffer dichthouden met wat elastieken! Ongelooflijk dat die laatste het niet begeven hebben na zo’n helse rit.
Na opnieuw even gewacht te hebben, vertrok het busje en laste na 1 km zijn eerste stop in. Gezien het busje te geladen was, OVERladen dus, en de chauffeur zijn rijbewijs efkes w as vergeten, gingen we de politiecontrole niet overleven. Geen probleem voor de Zambianen, problemen zijner om ‘opgelost’ te worden. Jammergenoeg werken ze op die manier een veel groter nog altijd aanwezig probleem mooi in de hand corruptie genaamd. De conducteur duwde wat Zambiaanse kwacha’s in de handen van de agent. Deze laatste had deze nodig om te doen of zijn neus bloedde toen we met een overladen busje voorbij reden.
De eerste 3u rijden vielen goed mee, veel beter dan verwacht zelfs maar het ergste hadden we duidelijk nog niet gezien. Daar slingerde ons busje van de ene kant naar de andere kant, net niet omgekanteld, net geen klapband, … Op de koop toe ging de schuifdeur en enige uitgang niet meer naar believen open, om niet te zeggen niet meer open, toch niet van de binnenkant. Eens open gekregen viel de deur uit het busje, vlug even repareren en terug op de baan. Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, zaten we nog eens vast in de modder. Iedereen moest uitstappen en dan was het duwen geblazen. Met man en macht werd het busje uit de modder gehaald en konden we onze helse trip verder zetten. Eind goed al goed! We kwamen er zonder schrammen en breuken vanaf, enige aandenken wat we hadden was een gekraakte rug.
Ahja, nog één iets gedurende de volledige rit zat er bijna op mij een vent die hoogstwaarschijnlijk meer dan één alcoholisch glaasje teveel op had en daarbovenop nog eens ongelooflijk stonk. Hij viel voortdurend in slaap en ja met zijn hoofd op mijn schouder. Ik heb hem enkele rake klappen verkocht maar het mocht niet baten. Die was te ver weg.
Vanaf punt 3 in ons vooropgesteld programma is het dus verkeerd beginnen lopen maar het is al bij al fantastisch uitgedraaid.
Daar standen we dan in Mfuwe aan BP Garage, te wachten. Maar dit keer moesten we raar maar waar niet lang wachten. Er kwam een open jeep op ons aangereden met een sympathieke Zambiaan achter het stuur. Hij bracht ons met de nodige mopjes veilig naar het wildlife camp. We werden met open armen en het nodige enthousiasme ontvangen. We waren blijkbaar de enigste toeristen in het camp. Dus hebben ze ons maar wat in de watten gelegd.
Na een heerlijk eerste avondmaal met prachtig uitzicht op de rivier en grasland met de nodige dieren werden we begeleid naar onze hut voor onze eerste nacht.
We mochten immers niet alleen in het donker naar onze hut wegens gevaar voor olifanten en nijlpaarden voor de deur, heel geruststellend. Ook de deuren moesten ten allertijde gesloten houden om de apen buiten te houden.
In onze hut waren 2 kamer voorzien en 1 badkamer. Één kamer met 2 enkele bedden onder eenzelfde muggennet (net een sprookje) en één kamer met masterbed en het nodige muggennet. Annelies en ik sliepen samen in de kamer met enkele bedden maar al gauw maakten we er één groot bed van door de bedden volledig tegen elkaar te schuiven want we hadden immer de enge beesten in het achterhoofd. Dus wanneer er we iets voelden of hoorden konden we in elkaars armen kruipen. Want jullie moeten weten Annelies en ik zijn beiden geen helden als het op beesten aankomt en aangezien we in een Wildlife camp slapen zijn die nu eenmaal niet te vermijden.
We kropen vroeg in ons bed want de volgende ochtend stond de eerste safari op het programma en dat om 5u ’s morgens.
Vooraleer we indommelden speelden we nog even met de kaarten, inspecteerden we de muren op hagedissen en gingen dan vredevol maar met een klein hartje slapen want naast ons raam hoorden we e nijlpaarden grazen, heel rustgevend, NOT!
Tot Annelies mij zei dat ze die ‘8’ wilde pakken. Met andere woorden ze was aan het dromen over ons kaartspel. Nadat ik de slaap weer vatte schoten we beiden in één ruk wakker door een verschrikkelijk luide donderslag. Daar zaten we dan klaar wakker en beiden met een volle blaas. We beslisten dan maar om samen naar het toilet te gaan, ge weet maar nooit hier in de wildernis. Één klein probleem kwam de kop op steken, geen elektriciteit wegens het onweer. Op de toppen van ons tenen slopen we met onze mijnwerkerslamp op ons hoofd richting badkamer zonder naar buiten te kijken, wie weet stond er een nijlpaard voor ons deur. En van onze Dries geen teken van leven natuurlijk, op die moesten we dus al niet rekenen als we aangevallen zouden worden. Na ons plasje kropen we weer onder de wol en sliepen nog een paar uur.
MORNINGDRIVE
Om 4 moesten we er weer uit. Veel en lang hebben we niet geslapen. Annelies en Dries begonnen hun dag met een ijskoude douche want aangezien de stroom de hele nacht is uitgebleven was er geen warm water. Gelukkig had ik mij de avond ervoor gedoucht (ge ziet wie er net iets slimmer is dan de rest) met heet water en kon ik op die manier ook 20min langer blijven liggen.
Na een stevig ontbijt klauterden we in de jeep. Onze gids gaf ons de nodige instructies over hoe om te gaan met wilde dieren en wat zeker wel en zeker niet moesten doen. We waren klaar voor onze eerste morningdrive. Het weer was niet opperbest. Maar dat kon onze dag niet verpestten.
We reden het South Luangwa National Park binnen. We voelden ons net in het liedje van Samson & Gert (Voor de niet-fans: met de jeep door het oerwoud…).
We reden door grasvlaktes, over aarden wegen, door de modder, …. Zebra’s, impala’s, buffels, zotte vogels en bavianen kruisten ons pad. We zagen ook een paar leeuwen in het struikgewas.
NIGHTDRIVE
Na een stevige en overheerlijke lunch waren we toe aan een siesta. We konden enkele uren slaap gretig gebruiken. Na ons schoonheidsslaapje waren we klaar voor onze nightdrive. Deze ving aan om 16u nadat we ons kopje thee hadden opgeslorpt.
Andrew bracht ons opnieuw naar de meest opmerkelijke plaatsjes. Zelfs onderweg naar het wildlife park was sightseeing best interessant. Want we stootten op de meest grote beesten giraffen genaamd. Prachtige dieren!
Tijdens onze rondrit in de namiddag stonden we oog in oog met een leeuw die net zijn jacht op een impala had geopend. Wanneer we dicht in de buurt kwamen van een nogal tamelijk gevaarlijk dier moesten we muisstil en roerloos blijven zitten. Probeer zo maar eens wat kiekjes te verzamelen. Waarom moesten we nu zo standbeeldachtig blijven zitten? Wel, een dier ziet de auto en de roerloze mensen in de jeep als één geheel en aangezien een auto nog nooit een dier heeft verorberd, is dat geheel voor hen geen bedreiging.
Deze namiddag zagen we niet enkel een leeuw maar ook opnieuw impala’s, zebra’s, buffels, nijlpaarden, roofvogels en andere kleurrijke vogels. We konden ook een krokodil en olifant fotograferen.
Na onze tocht door de jungle hielden we halt bij een prachtig meer. Bij valavond genoten we met een drankje in de hand van de wondermooie zonsondergang.
Tijdens deze nightdrive waren we niet enkel vergezeld door onze uiterst sympathieke gids maar ook door één van zijn vrienden. Deze Zambiaan werd de ‘spot’ genoemd. Na de zonsondergang zetten we onze tocht door de wildernis verder in het donker en hier komt de ‘spot’ meer dan goed van pas. Hij scheen met zijn gigantisch licht doorheen het park en hij kon adhv de stand van de ogen de dieren herkennen. Heel indrukwekkend.
Op een bepaald moment zei de gids: ‘An animal with spots!’. Het engels en het nederlands zorgde hier voor mij voor wat verwarring en enige hilariteit. Ik intelligent als ik ben wablief een dier met spots? Hoe ziet da eruit. Beeld u nu zelf eens in een dier met lichten op een of andere plaats van zijn lichaam. Eerlijk gezegd het zou geen zicht zijn! Vandaar dat da dier natuurlijk ook geen spots had maar wel vlekken! Maar dat hadden jullie waarschijnlijk al allemaal vrij snel of zelfs onmiddellijk door.
Na de nodige humor, de spannende avonturen, impressonante dieren en een verrukkelijk driegangenmenu trokken we mits begeleiding naar onze slaaphut. Gelukkig bleven we deze nacht gespaard van hevig onweer maar helaas niet van de hagedissen. Annelies wist me zelfs te wijzen op een wel heel merkwaardig dier in de badkamer. Ze omschreef het als volgt voor mij toen ik nog in de kamer was: Het lijkt wat op een hagedis zonder staart, met de poten van een kikker en het heeft eigenlijk ook iets mee van een kleine krokodil. Ik ging een kijkje nemen en Dries wist ons te vertellen dat het wel degelijk een hagedis was zonder staart. Dat arme dier is blijkbaar met zijn staart tussen de deur blijven steken toen Dries de deur achter zich dicht trok. Het staartje zelf was een lekkernij geworden voor de mieren.
Goed, nu stonden we daar met z’n 2 in de badkamer! We moesten en zouden onze tanden nog poetsen voor het slapengaan. Maar ja die hagedis zonder staart zat achter de deur naast de lavabo roerloos te staren naar ons. Hij was zeker van plan ons aan te vallen als we even niet opletten. We stonden op een meter afstand van lavabo verwijderd onze tanden te poetsen, plots viel er iets op mijn voet. Het was zover die hagedis attackeerde mijn voeten. Ik slaakte een gil en sprong 20cm in de lucht, gevolgd door een schreeuw van Annelies en een klein sprongetje. Bleek dat ik gewoon wat water gemorst had op mijn voet. Het leven tussen de wilde dieren is hard, keihard!
We stonden dus nog altijd op een meter van wasbak als het niet verder was. Probeer op die manier maar eens die tandpasta uit je mond recht in de lavabo te mikken. We zijn er in geslaagd, op een paar druppels na.
Na nog eens goed gelachen te hebben en de ziel uit ons lijf getierd te hebben, stapten we ons muggennet binnen en kropen we dicht tegen elkaar aan in bed om welgeteld de volle 6u te slapen. Want om 5u stond ons een tweede morningdrive te wachten.
Tijdens de morningdrive beleefden we opnieuw een fantastische tijd, ook al waren we er al van 4u uit. En wij maar denken dat we de meesten dieren al hadden gezien. Niets was minder waar. Tijdens onze rondrit genietend van de zon op onze snoet,hield Andrew bruusk halt. Een katachtige met spots maw een luipaard wandelde op haar dooie gemak rakelings langs onze jeep. Heel merkwaardig bleek want een luipaard is een dier dat werkzaam is tijdens de nachtshift en nu zagen we het gewoonweg bij klaarlichte dag. En daarbovenop was ze nog eens zwanger en was duidelijk haar terrein aan het afbakenen. Opnieuw te indrukwekkend voor woorden!
Gezien de hitte van deze morgen waagden we ons aan een plonsje in het vooral-niet-indrukwekkende-zwembad. Na de frisse duik en wat zonnebaden leidde onze weg richting restaurant. Een pastagerecht werd ons voorgeschoteld. Waarschijnlijk heel lekker maar de zon had mijn geen goed gedaan en ik had last van wat vapeurkes! Dus nam ik de wijze beslissing mij enkel en alleen met gezonde salade te vullen.
Na de maaltijd stond een village-tour op ons programma. De gids liet ons nader kennis maken met de waarden en gewoonten in het dorp. We reden naar het uiterste punt van het dorp waar we ‘Tribal-textil’ een bezoekje brachten. Dit is een fabriekje waar men uit en met stukken 100% katoen prachtige spulletjes vervaardigen. Wondermooie en bruikbare souvenirs! We hadden maar één klein probleem en dat was geld. Dat lag namelijk nog goed opgeborgen in de kluis in het kamp. Sorry vrienden, nog altijd geen souvenirs dus.
Na dit bezoekje reden we in openlucht met onze haren in de wind en zonnestralen brandend op onze snoet verder naar Andrews village. Overal langs de ‘hoofdweg’ passeerden we hutjes gegroepeerd, villages genaamd. We reden Andrews dorp binnen en maakten nader kennis met zijn vrouw en kinderen, al even sympathiek als hij en veel te vriendelijk voor de wereld.
Eens plaatsgenomen wist hij onze gevoelige snaar te raken met zijn boeiende verhalen over de Zambiaanse tradities en waarden.
Toen we the village verlieten, stond ons opnieuw nog een groots avontuur te wachten. In het duister zagen voor ons langs de weg enkele olifanten de straat kruisen. Daar zaten we dan roerloos op nauwelijks een meter verwijderd van 4 reuzeolifanten en één kleintje. En of we het hebben geweten dat er 1 olifant duidelijk kleiner was dan de rest want daar kwam Dries opzetten. Zijn arm kwam van langs de zijkant rakelings tot voorbij de neus van Annelies (die dichtst bij de olifanten zat) en toen zei hij luidop:’Kijk, ne mini!’. Veel goeds voorspelde dit niet en nog geen 5 seconden later begon het onheil. Één van de reuzeolifanten begon met zijn flaporen te wapperen. Daarna ging die meterslange slurf de lucht een bizar olifantengeluid producerend. Mijnen tikker is nog nooit zo vlug in hartslag toegenomen. Bij het uitstappen in het camp zat ik zelfs nog met den bibber.
En daar zaten we dan voor ons laatste 3gangen-avondmaal. Na het smullen en aflikken van de vingers wandelden we richting onze hut hopend om op geen olifanten of nijlpaarden te botsen. Na opnieuw een kleine 5u te hebben geslapen wegens te veel en te dierlijke en natuurlijke achtergrondgeluiden sleepten we ons naar de badkamer om wakker te worden. Gepakt en gezakt waggelden we naar de receptie waar onze gids voorzien van de nodige regenkledij ons voor de laatste keer stond op te wachten.
De avond voordien hadden we het lot laten beslissen of nu zouden terugkeren met een te dure taxi of een goedkoper maar onveilig mini-busje. Gelukkig was het lot ons gunstig gezind en konden we op zoek gaan naar de goedkoopste taxidriver. Dit bleek een loodzware opdracht te worden, niemand wou ons voor de prijs die we voorstelden tot in Chipata brengen. Het zou dan toch het hatelijke mini-busje worden. Tot onze gids spontaan voorstelde dat hij ons tot in Chipata zou voeren voor de prijs die wij voor ogen hadden. Hij voelde zich namelijk verantwoordelijk voor zijn gasten, wij dus en wou niet dat er ons iets over kwam. Zou je nu niet smelten? Amai, hadden wij even geluk maar tegelijk voelden we ons wel ongelooflijk schuldig.
Nu zo gezegd, zo gedaan! Vooraleer we konden vertrekken, moest hij nog een vriend ophalen. Die was nodig als er problemen met de auto zouden opduiken tijdens de rit. Heel geruststellend! Zijn vriend was wel niet aanwezig op de afgesproken plaats. Later bleek toen Andrew naar zijn husi stapte dat hij zijn huis niet uit kon omdat een olifant de doorgang versperde.
Waren even heel opgelucht dat we geen mini-busje genomen hadden om ooit in Chipata te verzeilen want het regende pijpenstelen. En gezien de net niet zo goede staat van het wegdek bleek dat meer dan een wijze beslissing.
Maar ook in de auto bleven we niet gespaard van problemen. Vele putten, modder, water, plassen,… later slaagden we er toch in vast te geraken in de een gigantische put tot het randje gevuld met bruin sop en een dikke laag modder. Wat nu begonnen? Duwen! Eerst probeerden ze met 3 de auto met wij nog als inzittenden uit het slijk te halen. Een tevergeefse poging bleek later. Ook Dries en ik stapten uit en dit uitstappen moest via de bestuurderszetel gebeuren want moesten wij het ook maar gewaagd hebben de deur open te doen, ging de auto in een handomdraai omgetoverd zijn tot een heuse visbokaal. Het water stond namelijk tot in de helft van onze deuren. We stropten onze broek op en plaatsten onze voeten op een hoopje slijk ergens op de bodem van de waterplas in de put. We begonnen te duwen maar ook dit tevergeef. Enkele buurtbewoners kwamen na een tijdje een handje toesteken en na een halfuur duwen kwam de auto opnieuw op het droge terecht. Alsof dit alles nog niet genoeg was, bleek de motor teveel water te hebben opgeslorpt. Een groots probleem dus! Andrew en Nicolas bleken genoeg kennis te hebben om alles tot een einde te brengen en zo konden we opnieuw gas geven maar niet teveel want met al die putten zou dat niet goed komen.
Onderweg werd ons wel heel duidelijk dat een mini-busje geen goed idee was geweest want eentje ervan bleek ergens in het gras/modder naast de ‘rijweg’ vast te zitten. Met een lach op ons gezicht wuifden we even naar de passagiers langs de kant en reden met een redelijk gerust gemoed verder!
Wij die dachten dat alle onheil achter de rug was! Mooi niet! Hier en daar begonnen we gewoonweg te glijden over het wegdek. Ik voelde me net een puck tijdens een ijshockeymatch! Zo glijden!
Plots zagen we in de verte een file auto’s. Dit beloofde niet veel goeds, eerder troubles! Inderdaad, we parkeerden ons ergens naast één van de auto’s in de opstopping en voor ons lag gewoonweg een rivier van stromend water. Een rivier was dor de hevige regenval niet buiten zijn overs getreden maar boven zijn brug beginnen stromen. De waterstroom met hevige kracht nam wel 25m van de rijweg in beslag. Oké, nu we hier toch staan, dachten de meesten, kunnen we ons evengoed nuttig maken. Op die manier ontstond een puur nature carwash. Iedere chauffeur begon gewoon met wat muziek op de achtergrond zijn auto proper te wrijven wat natuurlijk geen nutteloze zaak was. Want ipv zwart was de auto oranje-bruin van kleur. Heel speciaal!
Tot de eerste waaghals, een taxichauffeur (ik had niets anders verwacht) zich door de stroom begaf, met resultaat. Zonder wegspoelen bereikte hij veilig en wel de overkant. Dan was het onze beurt! Andrew was er klaar voor met een deel van zijn motor in de hand lokte hij ons naar de auto. Annelies en ik waren er jammergenoeg nog niet helemaal klaar voor. Met een klein hartje, de oogleden stevig op elkaar geknepen en ons voorhoofd tegen de rugleuning lieten we ons door de waterstroom rijden. En ja hoor, ook wij haalden met gemak de finish!
Aangekomen in Chipata hadden we stante pede een busaansluiting naar Lusaka. Opnieuw stodn er ons na een 4urenlange autorit een achturenlange busrit te wachten. Ook hier werden we niet gespaard! Na 2u moest iedereen van de bus af. God wist waarom! Door het barslechte wegdek zou de bus wegens de aanwezige massa kans maken tot slippen. Dus moesten de inzittenden maar een wandelingetje maken. Je mag drie keer raden , nee 1 keer, wie er nog op de bus zat. Inderdaad onze Driezieboy! En daar liepen we dan weer de 2 vrouwelijke muzungu’s met opgestropte broeken bijeen glijden doorheen de straat niet wetend welke kant we op moesten. Voor ons in de verte zagen we de bus al verschijnen maar niet alleen de bus ook een bende koeien kwam de weg opgelopen. Niet echt schrikwekende beesten tot Annelies vroeg: “Hé Kimberly, der zitten stieren bij! Zijn die gevaarlijk? En ja ik heb een rood tasje, is da waar wat ze zeggen over rood in combinatie met stieren?” Ja daar ging mijn redelijk rustigheid. Annelies moffelde haar rode zakje vlug onder haar regenjas en kwam dicht tegen mij aan staan. Twee oude vrouwtjes zagen dat we schrik hadden en namen ons bij de arm en zetten ons veilig af bij de bus!
Uiteindelijk bereikten we Lusaka zonder ongelukken en met één enkel avontuur!
In Lusaka konden we de nacht doorbrengen in de Lodge van Amit (onze vliegtuigvriend). Dit opnieuw gratis en voor niets, eten inbegrepen! We dachten uit te slapen en dan ’s morgens nog inkopen te doen en huiswaarts te keren. Alles hier vernoemd is behoorlijk gelukt behalve het uitslapen dan. Om 8u werd geklopt en nog eens geklopt en nog eens! Om te melden dat het ontbijt klaar was!
Na 2uren wat niets meer is vergeleken met de helse busritten naar Chipata en Mfuwe, bereikten we Kabwe! We waren thuis eindelijk!
Nu lachen we ons tanden bloot om wat we allemaal mee maakten maar op de momenten zelf is alles niet zo lachwekkend.
Nu werken we al sinds 2 dagen in een Daycare center hier in de buurt van onze verblijfplaats. Dit Daycare center vangt kinderen tussen de 3 en de 6 jaar uit de compounds (sloppenwijken) op gedurende 5 werkdagen in de week.
’s Morgens krijgen ze het nodige onderwijs en ontbijt (vieze sojapapachtig iets). Als middagmaal krijgen ze als iedere Zambiaan ‘lekkere’ nshima voorgeschoteld met vlees of vis. En stinken dat da doet, niet normaal! In de namiddag mogen de kindje tot 16u buiten spelen.
Hier ben ik tot het besef gekomen dat secondair onderwijs voor mij de beste oplossing is. Ik geen geduld genoeg voor kleuter- en lager onderwijs.
Deze morgen zijn we heel de morgen bezig geweest met het schrijven van de letter ‘d’. Heel de morgen!! Er was wel wat afwisseling, we hadden de drukletter ‘D’ en de schrijfletter ‘d’. Goh, gelukkig hadden we wat muziek mee en konden we de kindjes wat entertainen met wat muziek.
De helft van deze straatkinderen is HIV-positief! Redelijk confronterend en chokend om te horen. Aan de kinderen is niets te merken.
Het is heel vermoeiend om de ganse dag met kleine kinderen bezig te zijn zeker als je hun taal niet spreekt en wij henniet verstaan en omgekeerd want hun Engels is ver van goed.
Vandaag is er wel eentje in mijn armen in slaap gevallen en dat heeft je toch wel voldoening na zo’n confronterende dag! Ook het feit dat ze je al lachend tegemoet lopen doet me spontaan stralen!
Heel aangrijpend allemaal!
Zo dit was het zo’n beetje voor deze week en vooral vorige week dan!
Hou jullie goed!
En weet dat nieuwtjes en spannende dingen nog altijd welkom zijn!
Naja!